Shell zet definitief een streep door de bouw van een biobrandstoffenfabriek in de Rotterdamse haven. dat meldt het AD. De fabriek in Pernis, die dit jaar in gebruik zou worden genomen en de grootste van Europa had moeten worden, blijkt volgens het concern economisch niet rendabel.
Shell trok ruim 1 miljard euro uit voor het project en was al begonnen met de bouw. Toch legt het concern de plannen nu definitief neer, na eerder de werkzaamheden tijdelijk te hebben stilgelegd. “We hebben de opties van alle kanten bekeken, maar de marktdynamiek en de kosten maken het project onvoldoende concurrerend”, zegt president-directeur Frans Everts.
De fabriek had jaarlijks 820.000 ton duurzame vliegtuigbrandstof en hernieuwbare diesel moeten produceren uit onder meer frituurvet en slachtafval. Shell wijst op de hoge bouwkosten en de sterke concurrentie uit China als belangrijkste redenen voor het stopzetten.
Het besluit is volgens het Havenbedrijf Rotterdam en ondernemersorganisatie Deltalinqs “een stevige domper” voor de verduurzaming van de haven. Klimaatminister Sophie Hermans (VVD) noemt het “een tegenvaller” en benadrukt dat Nederland daardoor meer afhankelijk wordt van import van duurzame brandstoffen.
Of er banen verloren gaan, is nog onduidelijk. De fabriek had op termijn zo’n tweehonderd arbeidsplaatsen moeten opleveren.

