ALBRANDSWAARD – Iedere inwoner van Albrandswaard zou een goed gevuld noodpakket in huis moeten hebben, aldus burgemeester Jolanda de Witte. Zo’n pakket helpt gezinnen om de eerste 72 uur na een grote stroomstoring, overstroming of cyberaanval zelfredzaam te blijven. Maar wat moet daar dan in? Kan ook iedereen zo’n pakket aanschaffen en heeft dat wel zin?
Volgens de landelijke richtlijn van de Rijksoverheid begint een basispakket met water (3 liter per persoon per dag), lang houdbaar voedsel, een radio op batterijen of crank, een zaklamp, powerbank, EHBO-doos, dekens, fluitje en contant geld. Het Rode Kruis voegt daaraan handige extra’s toe, zoals waterdicht verpakte lucifers, een reddingsdeken en kopieën van belangrijke documenten. Een praktisch hulpmiddel is de vuistregel “één item per maand”: koop bijvoorbeeld in juli een zaklamp met reservebatterijen, in augustus extra water en in september een eenvoudig EHBO-setje. Wie liever alles in één keer regelt, kan online complete pakketten vinden, al lopen de prijzen daar van enkele tientjes op tot ruim honderd euro.
Toch blijft de noodvoorraad bij veel Nederlanders beperkt. Uit een recente peiling van het Rode Kruis blijkt dat slechts 40 procent genoeg drinkwater heeft voor drie dagen (bron: NOS). Om die groep te helpen organiseerde de gemeente samen met RijnmondVeilig en de wijkbrandweer eerder al twee gratis inloopmomenten. Bezoekers kregen daar een checklist, kunnen kortingsbonnen ophalen voor basisartikelen en hun vragen kwijt bij hulpverleners.
Ook burgemeester Jolanda de Witte van Albrandswaard ziet de noodzaak van een noodpakket. Maar ze ziet ook dat er haken en ogen aan zitten. In gesprek met STROOM verslaggever Piet Vermeulen legt de burgemeester uit hoe je dat in principe kunt doen en waar je aan moet denken.

